7 juni 2020

Podcast nr. 12

Geschreven door Arie Boertje

Deze podcast was te groot om te kunnen uploaden. Daarom was deze beschikbaar via een ‘we transfer’- link, die inmiddels is verlopen.

Hierna is de uitgeschreven tekst van deze podcast nr. 12: Tussen heimwee en verlangen: ‘wezenzondag’

Muziek

https://www.youtube.com/watch?v=btvqgvqX2Lo

De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt ‘wezenzondag’ genoemd. In de verhaallijn over het leven van Jezus en het ontstaan van de eerste gemeente, zijn de volgelingen van Jezus ‘verweesd’ achtergebleven na zijn hemelvaart. En ze wachten – bijeen op een bovenetage in Jeruzalem- op de komst van de Geest. De naam ‘wezenzondag’ is gebaseerd op de tekst in Johannes 14: 18. Daar laat Johannes Jezus tot zijn discipelen zeggen:

‘Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug. Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef en ook jullie zullen leven.’

Muziek: ‘Blijf niet staren op wat vroeger was..’ (Huub Oosterhuis)

https://www.youtube.com/watch?v=AV8OBlkZ8a4

 Blijf niet staren op wat vroeger was.

Sta niet stil in het verleden.

Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen

het is al begonnen, merk je het niet?

De benaming ‘wezenzondag’ wordt dus gebruikt voor de tijd in het kerkelijk jaar dat we gedenken dat Jezus zijn volgelingen heeft verlaten, en dat ze wachten op de komst van de Geest. Ik herken dat ‘tussen heimwee en verlangen zijn’ ook in mijn eigen geloofsleven. Als periode in mijn leven, waarin ik afscheid nam van mijn kinderlijke geloof en een volwassen, eigen geloof verwierf, maar ook dagelijks, dat ik heen en weer word geslingerd tussen een me verlaten voelen in mijn geloof in een liefdevolle God, en de hoop, het verwachten, het wachten op dat wat het platte aardse overstijgt: de geest van inspiratie en creativiteit in mijn leven. Het heen en weer geslingerd worden tussen wanhoop, verlaten voelen en weten dat dat niet het laatste kan zijn. Christian Wiman schrijft daar in zijn boek, getiteld ‘Mijn heldere afgrond’ een mooie passage over:

‘Een vriendin vertelde mij eens dat ze elke ochtend als christen opstond en als atheïst naar bed ging, dat ze iedere dag deze binnenwaartse beweging naar en van God af maakte. Ik vond dit zowel bemoedigend als deprimerend: bemoedigend, omdat ik, als zij al deze spirituele draai ervoer, zij, wier leven zo verlicht leek door Christus, mij toch zeker niet hoefde te schamen voor mijn eigen verwarringen; deprimerend omdat, als ook zij deze ervaring had, er dan dus geen ontsnappen aan is, nooit. Als ik eerlijk ben voor mijzelf, dan ervaar ik meestal afstand; deze niet aflatende, radeloze en …. heilige honger, naar geloof. Ervaring leeft in de overgangen. We voelen dat we leven als we bang zijn om te leven. We voelen God in het komen en gaan van God- of nee: in het komen en gaan van bewustzijn. We blijven achter met deze vluchtige ogenblikken van verontrust begrip, we begrijpen en het begrip ontsnapt ons, daarom kan poëzie…. zo’n krachtige geloofshulp zijn.’

Muziek

https://www.youtube.com/watch?v=btvqgvqX2Lo

En zo zijn er ook mensen die ervoor kiezen, of bij wie het in het leven zo loopt, dat ze hun geloof verliezen. Of ervoor kiezen om niet meer zich te verbinden aan de vorm die ‘geloven’ heeft aangenomen in deze wereld. Die hun geloof weg laten drijven zoals Jezus ten hemel is gevaren, en de verwachting op iets wat daarvan overblijft, laten gaan. Maar ook hoe zij daarover spreken en zingen klinkt een tussen ‘heimwee en verlangen’. Ik denk omdat het dromen van beter, het geloven in anders, het vertrouwen op mooier, diep in de mens gelegd is, en de mens daar niet zonder kan. Geloven geeft daar woorden, muziek en vormen aan. Hoe gebrekkig ook. Zoals de dichter Eijkelboom in het volgende gedicht schrijft: ‘ik trek geen jas uit, maar een huid…’

‘Gedragen kleding’

Ik heb dat rare geloof
als een jasje uitgedaan.
Ik was nog maar veertien jaar
en voelde mij begenadigd,
als was er een wonder geschied.
Toch, zonder kleerscheuren
is het niet gegaan.
Later kwam het besef:
je bent voorgoed beschadigd,
te nauwer nood gered.

Ik trok geen jas uit
maar een huid en
moest het voortaan zonder doen,
moest achter een
-door de geest uit de fles-
snel opgetrokken rookgordijn
verdwijnen voor wie alles ziet,
ook al bestaat hij niet.

Muziek: Gerard van Maasakkers: ‘Hedde efkes, lieven Heer’

https://www.youtube.com/watch?v=yeMgRNvhOfk

 Hedde efkes, lieven Heer,
Ik kan ’t oe mer beter zelf zeggen
‘t kumt eigenlijk
hier op neer
’t is lastig um uit te leggen
ge waart haost familie van mijn
en die laotte nie zo hendig vallen
mer ’t liep al ‘nen tijd op ’n end
Ik hoef nie te goanWant ik was al weg
Onvermijdelijk en geleidelijk
dus ’t wordt tijd
Um ’t hardop te zeggen;
Lieven Heer, ik vuul ’t nie meer

Nou moet ik zeggen, Lieven Heer
da oew volgelingen
ook nie helpen
ze zijn zo recht in de leer
hoe ik leven moet;
ze weten ’t wel
ze weten precies,
wa ik zou moeten doen en laoten
en ze hebben ’t Boek in de hand
stijf is de kaft en
stijf zijn de woorden
tussen de regels lezen ze nie
hard is d’n taal,
Ik hoef ‘m nie meer te heuren

Lieven Heer:
Vur mij hoeft da niet
….

Mer as ge ooit ’n kaarske ziet branden kan ’t van mijn zijn
Vur die me lief zijn en vur oew volgelingen recht in de leer
Da ze verzachten, Lieven Heer
Da ze verzachten, Lieven Heer

Anneke van der Velde

Gerelateerd