19 maart 2021

‘Zondag anders…’ Hoogeveen, 21 maart 2021 – Albert Klok

Geschreven door Arie Boertje

Albert Klok , die zondag a.s. zou voorgaan, heeft voor zondag als alternatief voor de kerkdienst  de volgende tekst gezonden. Hij heeft daar een aantal prachtige, door hemzelf gemaakte foto’s bijgevoegd.

‘Zondag anders…’ Hoogeveen, 21 maart 2021

Albert Klok

 Wees welkom…

Wees welkom in mijn wereld van denken, voelen en geloven.

Wees welkom, waar je ook bent nu je dit leest.

Wees welkom en weet je verbonden
met allen die deze viering-op-papier/scherm meebeleven,
weet je verbonden met allen die je dierbaar zijn,
weet je verbonden met al wat leeft op aarde.
En in die verbondenheid mag jij en mogen wij samen
iets beleven van het wonder,
het mysterie, dat wij ook wel God noemen.

Deze zondag-anders-viering
zal voor een belangrijk deel draaien rond het thema:
Willen & Jezelf kennen.

Verwacht geen antwoorden,
maar laat je vooral inspireren door vragen…

Willen en jezelf kennen…
Hierover schreef Toon Hermans een versje:

     Ik wou, dat ik mijn mond kon houwen,
     want o, ik klets wat enden weg.
     Toch blijf ik alsmaar weer vertrouwen,
     dat ik óóit nog es iets zinnigs zeg.

Dit lijkt me een goed moment om stil te zijn…


Verhaal Toon Tellegen:

“Ik wou, dacht de eekhoorn, dat ik weer eens gewoon, zonder opzet,
uit de boom viel en verschrikkelijk schrok. Hij deed een paar stappen
naar voren, met zijn ogen dicht, maar hij viel niet.
'Hè', zei hij, 'nu wil ik vallen en val niet. Al die stomme takken ook!'
Hij holde nog een paar keer met gesloten ogen heen en weer, maar hij
viel niet. Ik geef het op, dacht hij. Hij draaide zich om, deed zijn deur
open, gleed uit en viel dwars door de takken van de boom naar
beneden. 'Au' riep hij woedend, toen hij op de grond terechtkwam.
Hij hoorde gebrom naast zich. 'Wie is daar?' vroeg hij, over zijn
achterhoofd wrijvend. 'Ik ben het. Jouw boom.'
'Maar ik wist niet dat jij kon praten,' zei de eekhoorn.
'Dat kan ik ook niet,' zei de boom. 'Maar nu wel.'
De boom trok zijn wortels uit de grond, vouwde zijn takken op en
liep weg. 'Hé,' riep de eekhoorn. 'Waar ga je heen?'
'Dat zie ik nog wel,' zei de boom.
De eekhoorn wilde hem achterna gaan, maar hij was zó hard
gevallen, dat zijn voeten vast zaten en niet los te wrikken waren.
Bedroefd zag hij de boom tussen de andere bomen verdwijnen.
De mier trof hem daar even later treurend aan.
'Ik zie het al,' zei hij. 'Gevallen.'
'Mijn boom is weg,' zei de eekhoorn. De mier keek verbaasd naar de
plaats waar de beuk had gestaan. 'Hij is weggelopen,' zei de
eekhoorn. 'Waarom?' vroeg de mier.
'Ach… een geval van niets. Ik zei iets van zijn takken of zoiets.'
'O,' zei de mier, die er weinig van begreep, maar wel vermoedde dat
de boom zwaarwichtige redenen had om zo maar weg te lopen.
'We moeten hem achterna,' zei hij. Hij trok de eekhoorn uit de grond
en samen liepen zij door het bos, door de rivier, door het weiland,
langs het strand naar de woestijn, het spoor van de boom achterna.
Pas diep in de woestijn, niet ver van het einde van de wereld, vonden
ze hem terug. 'Dag boom,' zei de eekhoorn en hij sloeg zijn ogen
neer. De boom knikte.
'Ik zal het nooit meer doen,' zei de eekhoorn.
'Dit is geen plaats voor jou, boom,' zei de mier. 'Nee,' ruiste de boom
met een paar van zijn dorre bladeren.
'We hebben toch altijd goed samen gewoond?' zei de eekhoorn.
'Tamelijk,' zei de boom, terwijl hij met zijn langste tak een stukje
kromgetrokken schors van zijn bast pelde.
'Ga je mee?' vroeg de eekhoorn. Hij gaf de boom een hand en de
boom gaf hem een tak. 'Nou goed dan,' zei de boom. Zo liepen ze
naar huis. De mier volgde hen op de voet om van hun schaduw te
profiteren. In het bos ging de boom weer op zijn oude plaats staan.
'Voorlopig zeg ik nooit meer iets,' bromde hij nog. De mier ging naar
huis en de eekhoorn klom heel voorzichtig naar boven en nam zich
voor nooit meer te willen vallen.”

Overdenking

Wanneer heb je voor het laatst 'niets' gewild?
En wanneer voor het eerst?

Kan dat eigenlijk wel, niets willen?

Ik grijp nogmaals naar Toon Hermans:
     Ik wou dat ik es niets zou willen.
     Maar ach, dat lukt me niet zo gauw.
     Ik wou dat ik es helemaal zou verstillen,
     maar ach, 'niets willen' dat begint al met 'ik wou'…

Wat als het eigen willen botst met het willen van een ander?
De wil, het verlangen, speelt juist in Corona-tijd een grote rol.

Het verlangen elkaar te zien, te omarmen, te ontmoeten…
De wil om te overleven, niet ziek te worden
en een ander niet ziek te maken.

Maar ook de wil om te overleven met je bedrijf,
in je werk, financieel, economisch…
Het botst en schuurt aan alle kanten,
de eigen wil,
het verlangen van groepen;
denk aan jongeren, studenten,
zorgmedewerkers, ondernemers, ouderen…

Soms blijk je als mens
in méér dan één zo'n groep te passen,
pas je niet zo maar in één hokje
en kunnen de verlangens en belangen tegengesteld zijn;
óók je eigen verlangens en belangen kunnen tegengesteld zijn.

Ga je in verzet als een maatregel
ten behoeve van het algemeen belang
ingaat tegen jouw eigen belang?
Ga je de straat op?
Wordt je burgerlijk ongehoorzaam?
En wat doe je als je daarmee iemand kwetst,
of in gevaar brengt?
Iemand die je blijkt te kennen misschien?

Het zijn vragen waar ik soms niet uit kom.
Te snel ligt er een oordeel klaar,
omdat het zo eenvoudig is
te oordelen over iemand die je niet begrijpt.

Telkens weer hoor ik dan die les van Jezus:
Oordeel niet, opdat jij zelf ook niet geoordeeld wordt.
Meer en meer ervaar ik hoe moeilijk juist die les is.
     Oordeel niet.
     Wees mild.
     Probeer te begrijpen.

Zou het gaan lukken om daarmee
onze samenleving weer bij elkaar te brengen?
Zou dat lukken, nu de kiezers gesproken hebben?
     Met naar-elkaar-luisteren,
     met begrip?
     Met elkaar-ruimte-geven,
     met verdraagzaamheid?

Misschien begint het inderdaad wel
met gewoon minder willen,
als ons dat lukt….
Als ons dàt eens zou lukken…



Als afsluiting wil ik je een tekst meegeven.
Een gedeelte van een gebed uit de Keltische traditie,
waarin God wordt beleefd in alledaagse dingen.

Ik nodig je uit deze tekst te lezen,
met in je achterhoofd de gedachte, dat God liefde is…

   God om mij te omvangen,
   God om mij te omringen,
   God in mijn spreken,
   God in mijn denken.

   God in mijn slapen,
   God in mijn waken,
   God in mijn wachten,
   God in mijn hopen.

   God in mijn leven,
   God in mijn lippen,
   God in mijn ziel,
   God in mijn hart.

Ik wens je een fijne dag verder

   Ga waar geen weg is
   Noem de naamloze bij de naam
   Laat het onbestaanbare toe in jouw bestaan
   Tel je zegeningen, deel ze uit
   en weet dat ze nooit op zullen raken;
   Je ontvangt ze uit de levende Bron.

   Amen



Gerelateerd