Overdenking

sunset1000

platform voor remonstrantse spiritualiteit

Ook voor mensen die altijd maar druk zijn, moet het mogelijk zijn om zich af en toe een uurtje te bezinnen; een uurtje voor God. Uiteindelijk is dat ook: een uurtje voor jezelf.

Op de site http://www.uurtjevoorgod.nl/ vind je elke week een nieuwe tekst om mee te nemen in jouw ‘uurtje voor God’. Doe het op je eigen manier: een vast moment in de week, of iedere dag tien minuten; op een vaste plek, in stilte of met gepaste muziek. Gun jezelf een klein uur van bezinning.

Albert Klok

N.B. De redactie heeft besloten geen nieuwe “uurtjes” meer toe te voegen, waardoor helaas reacties op actuele gebeurtenissen zullen  wegvallen. Er blijven echter nog veel lezenswaardige overdenkingen op staan.

TER OVERDENKING

Ik ben geboren uit zonnegloren

en een zucht van de ziedende zee,

die omhoog is gestegen, op wieken van regen,

gezwollen van wanhoop en wee:

Mijn gewaad is doorweven met parels,

die beven, als dauw aan de roos, die ontlook,

wen de dagbruid zich baadt en voor ’t schuchter gelaat

een waaier van vlammen ontplook…

(Jacques Perk, 1859-1881)

 

Deze tekst stond ooit in een schoolboek voor het vak Nederlands.

De tekst ging nog verder, maar ik ben nooit verder gekomen dan dat “ontplook”.

Wat is dat nou voor een woord? Heeft de dichter dat zelf bedacht of zo?

Waarom moet ik zulke onzin lezen?

Kortom, het riep weerstand op.

 

Ik moet hier nog vaak aan terugdenken, als het gaat over geloof.

Ook als we de Bijbelverhalen lezen, roepen die vaak weerstand op, omdat er van alles in beschreven wordt dat in het gewone leven helemaal niet kan of niet bestaat.

 

Wat mijn docent Nederlands destijds niet gelukt is, heb ik later en vooral gaandeweg geleerd:

dat er een taal is van de gewone dagelijkse dingen, de taal van concrete voorstellingen, de taal van het nuchtere verstand, maar dat er óók een taal is van ongrijpbare dingen, van emotie, van verbeelding, poëtische taal, beeldspraak, symbooltaal.

 

Geloofstaal beweegt zich voor het overgrote deel in die laatste categorie. Dat betekent, dat we telkens weer moeten beseffen, dat geloofstaal andere dingen kan zeggen dan wij met ons rationele verstand kunnen bevatten. We kennen allemaal de uitdrukking “Marietje heeft vlinders in de buik”. Niemand die dan op het idee komt om Marietje open te snijden om te kijken of dat waar is. Ook de Dierenbescherming zal geen poging doen om die arme vlinders uit de buik van Marietje te bevrijden. Iedereen begrijpt dat het een beeld is dat een emotie beschrijft. Waarom lukt het dan zo vaak niet om de beeldspraak uit de Bijbel op een zelfde manier op te vatten. Als bijvoorbeeld in het Paasverhaal staat dat het gordijn in de voorhof van de tempel scheurde op het moment dat Jezus stierf, waarom moeten we dat dan ineens voor waar aannemen? In de Joodse context van dat verhaal is het gebruikelijk om na iemands overlijden, als teken van rouw, een klein deel van je kleding te scheuren. Dus als dan het hele gordijn, dat hing tussen het deel van de tempel dat voor iedereen toegankelijk was en het deel dat voor God was gereserveerd, aan flarden gaat, dan is dat een beeld van het enorme verdriet, niet alleen bij mensen, maar ook bij God… De Bijbel lezen als poëtische taal, is moeilijk, maar ook wel heel mooi en inspirerend.

 

Alleen, en hier wordt het natuurlijk pas echt ingewikkeld, geloof mag niet blijven hangen in alleen maar poëzie. Ergens, op enig moment, moeten we, vanuit de inspiratie die deze taal ons kan brengen, toch ook weer de vertaalslag maken naar die andere taal, die van de ratio, naar het leven van alledag. Met andere woorden: wat betekent dit nu voor jou in deze concrete situatie? Je gelooft in een God die je niet kunt zien, die geen mens ooit heeft gezien… en dan?

 

Tja, dan komt het erop aan, waardoor jij je laat inspireren. Hoe en waar herken jij het goddelijke in jouw bestaan? Welke roep heb jij gehoord? Welk appèl lees jij in de ogen van de ander? En durven we het aan, om elkaar daarvan te vertellen, of er naar te vragen? Durven we dat gesprek aan, ook als we geen antwoord hebben, als we niet verder komen dan een stamelend “misschien”?

 

Zoals gezegd: ter overdenking.

Albert Klok