Overdenking

sunset1000

TER OVERDENKING

Zondag Rogate

Dit is de tijd tussen Pasen en Pinksteren. De zondagen hebben dan specifieke namen, die verwijzen naar bijbelteksten over de tijd dat Jezus aan zijn leerlingen verscheen tussen Pasen en Pinksteren. Vorige week hebben we ‘Zondag Jubilate’ beleefd, en de komende week is het ‘Zondag Rogate’. Rogate komt van het Latijnse werkwoord ‘rogare’, en betekent bidden of smeken.

In deze podcast wil ik het graag hebben over bidden. Best een lastig onderwerp. Omdat het zo intiem en persoonlijk is. Toch is het misschien wel het belangrijkste element van geloven. Maar.. tot wie of wat bid je? En waar vraag je om? En hoe ga je om met niet verhoorde gebeden?

Laten we eerst het tekstgedeelte eens lezen dat centraal staat op Zondag Rogate. Het gaat om Johannes 16: 16-24. Een deel daarvan is ook vorige week gelezen, tijdens Zondag Jubilate.

Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug.

Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”? Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’ Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen. Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen. Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen. Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen. Maar ik verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het je geven. Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn.

Het ongemak dringt zich meteen bij mij op met deze tekst. ‘vraag het, en je zult ontvangen.’ We weten allemaal dat dat niet de werkelijkheid is. Hoe vaak hebben mensen niet gebeden om genezing, maar het niet gekregen? En zo zijn er heel veel dingen waar je voor bidt in je leven, maar die je niet ontvangt. En toch blijven we bidden. Wat moeten we anders, met onze onmacht over verdriet, kwaad en gebrokenheid.

Bach kampte ook al met dat al te menselijke probleem. Hij schreef een cantate over de Bijbeltekst in Johannes 16: Cantate 86: ‘Wahrlich, Wahrlich, ich sage euch’.

Oorspronkelijk is deze cantate uitgevoerd op zondag 14 mei 1724, op Zondag Rogate. In de cantate gaat het over Jezus’ belofte “Als gij mijn Vader iets vraagt in mijn naam, zal hij u dat geven

En Bach voegt er dan aan toe:

ook al lijken doornen het plukken van rozen te hinderen, God is betrouwbaar, ook als er wat tijd overheen gaat. Immers, hij kiest zelf het ogenblik.

Dat is de oplossing (tussen aanhalingstekens) die Bach kiest: je gebed wordt niet ter plekke en op dit moment verhoord, maar op Gods tijd. Misschien een schrale troost, maar de cantate is prachtig:

https://www.youtube.com/watch?v=OPFNxK5JEbA tot 2.55

Persoonlijk -privé- bid ik vrij gemakkelijk. Al van kinds af aan ben ik gewend om ‘s avonds te danken voor de dag, te bidden voor wat me bezighoudt, en vergeving te vragen voor wat niet goed ging. De ene periode lukt dat beter dan de andere, maar het is wel een constante gewoonte in mijn leven. Het is meer een gewoonte geworden, dan dat het een doordacht ritueel is. Ik spreek God aan als een aanwezige die persoonlijk op mijn leven betrokken is. Daar stel ik in mijn persoonlijk gebedsleven niet teveel vragen bij. Dat gaat op ‘gevoel’, rationele reflectie is daar minder aan de orde.

Anders is het in de kerk. De gebeden die ik daar uit spreek, moeten het geloof en de gevoelens van de aanwezige gemeenteleden representeren. En het is best lastig, als er bij die aanwezige gemeenteleden sprake is van grote diversiteit in geloof. De één ziet God als een persoonlijke macht, die je ook persoonlijk kunt aanspreken. De ander ziet God als alom aanwezige kracht in de natuur. De volgende heeft er moeite mee dat God als Vader wordt aangesproken, en niet als moeder. Ik moet dan vaak denken aan de hoogleraar Den Heyer die onlangs is overleden. Toen hij de laatste keer voorging in onze gemeente in Kampen, vertelde hij ook over deze worsteling toen het gebed aan de orde was in de liturgie. Uiteindelijk zei hij: ‘laten we maar even stil zijn…’

Over die onmacht om goed te benoemen in wie of wat je gelooft en tot wie of wat je bidt, gaat denk ik het lied van Huub Oosterhuis: ‘Gij die weet..

https://www.youtube.com/watch?v=gYe3ZVzEHUg tot 3.25

GIJ DIE WEET’

tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Bernard Huijbers

Gij die weet wat in mensen omgaat

aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.

Gij die ons denken peilt

en ieder woord naar waarheid schat

en wat onzegbaar onmiddellijk verstaat.

Gij toetst ons hart

en gij zijt groter dan ons hart.

Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.

 

En niemand, of hij heeft een naam bij U.

En niemand valt of hij valt in uw handen

en niemand leeft of hij leeft naar U toe.

 

Maar nooit heeft iemand U gezien.

In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.

En diep in de aarde klinkt uw stem niet.

En ook uit de hoogte niet.

En niemand die de dood is ingegaan

keerde ooit terug om ons van U te groeten.

 

Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.

Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.

Wij gaan de wereld door met dichte ogen.

 

Maar soms herinneren wij ons een naam,

een oud verhaal dat ons is doorverteld,

over een mens die vol was van uw kracht,

Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham.

In hem zou uw genade zijn verschenen,

uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed

aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:

weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.

…..

Als geestelijk verzorger bid ik ook veel. Eigenlijk steeds meer, omdat ik merk dat het mensen rust geeft. In die gebeden sluit ik me aan bij de geloofsbeleving van de ander. Probeer ik ook in mijn woordkeuze aan te sluiten bij de beleving van de ander. In die situaties is het gebed bijna een therapeutische handeling. Samen met mijn gesprekspartner -die vaak iets verschrikkelijks heeft meegemaakt als een ongeluk of een hersenbloeding- brengen we de onmacht, de pijn, het lijden, dat wat we niet begrijpen, voor Gods aangezicht. Betrekken we een Derde in ons leven. Veel revalidanten ervaren rust door het uitspreken van een gebed. In de hectiek van alle therapieën is het rustgevend om je diepste zieleroerselen uit te spreken en te refereren aan een Aanwezige in wie je gelooft en op wie je vertrouwt. Die het absoluut goede en liefdevolle representeert, en bij wie je geborgen bent. Dat is niet goed verstandelijk te beredeneren. Dat gaat het verstand te boven. Dat is misschien wel de diepste kracht van gebed. Dat je accepteert dat het bestaan, jouw bestaan, je verstand te boven gaat, en dat je je afhankelijk en geborgen weet in een grotere Aanwezigheid die absolute liefde en goedheid representeert.

Over die geborgenheid, die je kunt ervaren in gebed, zingt Amanda Strydom in haar ‘Pelgrimsgebed’.

https://www.youtube.com/watch?v=JAI_KAiQHm8

Vader God U ken my naam

My binnegoed en buitestaan

My grootpraat en my klein verdriet

My vashou aan als wat verskiet.

 

U ken my vrese en my hoop

Die pad wat ek so kaalvoet loop

Die pad het U lankal berei

U maak die pad gelyk vir my.

 

Alle pelgrims keer weer huistoe

Elke swerwer kom weer tuis

Ek verdwaal steeds op U grootpad

Soekend na U boardinghuis.

 

Anneke van der Velde