12 juni 2020

PINKSTEREN, HET FEEST VAN DE VRIJE GEEST

Geschreven door Arie Boertje

In de “Kerkentrommel”, het kerkblad van de Protestantse Gemeente Hoogeveen, stond in het nummer van 1 mei een artikel van Albert Metselaar over het oorlogsmonument in het Spaarbankbos. Ik was het niet eens met dit artikel en omdat ik betrokken was bij het tot stand komen van dit monument schreef ik een reactie. De laatste zin van mijn reactie was “Er is dus een duidelijke relatie tussen 4/5 mei en Pinksteren”.

Maarten van Gemert, de hoofdredacteur van de Kerkentrommel, nodigde mij uit om de gedachten achter deze zin uit te leggen. Dit heb ik gedaan en u begrijpt misschien dat ik de remonstranten mijn uitleg niet wil onthouden.

Eerst wil ik enkele opmerkingen maken over de rol van het Pinksterfeest in mijn eigen leven.

Ik heb Pinksteren altijd het belangrijkste christelijke feest gevonden. Kerst en Pasen gaan over de bijzondere gebeurtenis-sen in het leven van Jezus die natuurlijk heel belangrijk zijn om ons de Weg te wijzen en te inspireren.   Pinksteren is het moment waarop duidelijk wordt dat we het op deze aarde zelf moeten doen met behulp van de Geest van Christus.

Het mooie van het Pinksterfeest is ook dat het niet wordt bezoedeld zoals Kerst en Pasen door kerstbomen, kalkoenen, paashazen en – eieren.                                                                                           Een gedeelte van een geliefde tekst van Anneke van der Velde is “Niemand heeft ooit God gezien” (1 Johannes 4: 12).

God heeft zich geopenbaard in Jezus wiens gelaat ons aanziet en verontrust, maar wij kennen Jezus eigenlijk alleen maar door de teksten in de Bijbel en in de zondagse verkondiging. Echter, de Geest van God werkt nog steeds in ons, althans dat zou zo maar kunnen. Het gaat om de werking van de Geest hier en nu en zo kom ik op de relatie tussen het herdenken van de in 1945 herwonnen vrijheid en Pinksteren.

De Nationaalsocialisten in Duitsland stichtten een staat waarin Joden, Sinti, Roma, homoseksuelen en politiek andersdenken-den werden vervolgd en uitgeroeid. En nog steeds worden mensen gediscrimineerd en vervolgd, uitsluitend omdat ze tot een bepaalde groep behoren. Of het nu gaat om hun etnische afkomst, hun seksuele geaardheid of hun politieke overtuiging, ja zelfs alleen maar omdat je vrouw bent kun je nog steeds worden gediscrimineerd. We hoopten dat dit na 1945 niet meer zou gebeuren, maar helaas, het gebeurt nog steeds.

Het bijzondere van het Pinksterverhaal in Handelingen 2 is nu juist dat mensen van geheel verschillende afkomst elkaar begrepen en accepteerden. Of ze nu opeens elkaars taal gingen spreken of dat ze alleen maar degenen die in een andere taal spraken konden begrijpen is een niet zo belangrijk feitelijk detail. Belangrijk is dat ze elkaar niet discrimineerden, niet in hun vrijheid belemmerden en elkaar gewoon accepteerden en begrepen. De Bijbel zegt dat ze spraken zoals dit door de Geest werd ingegeven. Het woord geest heeft meer betekenissen. Het Hebreeuwse woord voor geest is ruach en het Griekse woord is pneuma. Deze woorden voor geest in de twee Bijbelse talen betekenen zowel adem, lucht en wind als een gemoedstoestand. We begrijpen allemaal, zeker in deze corona tijd, hoe goed frisse lucht van buiten een gevoel van vrijheid geeft. De Geest doet nog veel meer. Vooral Paulus gebruikt het woord Geest in de betekenis van een gezindheid. Hij formuleert het heel mooi in 2 Korintiërs 3: 17 “Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid”. In deze krachtige uitspraak van Paulus zie ik duidelijk de relatie tussen hetgeen wij op 4 en 5 mei herdenken en het Pinksterfeest.

Paulus heeft nog geen twintig woorden nodig voor het uitspreken van een gedachte waar ik honderden woorden voor gebruik…..

Meteen na het Pinksterfeest blijkt al hoe goed de Geest werkt. De eerste christengemeente vormde een gemeenschap waar we nog steeds jaloers op kunnen zijn. “Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden” (Handelingen 2: 44 en 45)

Moeilijk voor ons om waar te maken.

Maar, misschien kunnen we met behulp van de Geest wel waarmaken wat staat in 1 Johannes 4: 12, en waaruit ik nu het hele vers citeer:

“Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden”.

We kunnen het zelfs zingen: “Ubi caritas et amor, ubi caritas, Deus ibi est” (“Waar vriendschap en liefde is, daar is God”,

Liedboek 568).

 

Als we zo Gods liefde in ons kunnen ervaren en uitdragen, zit het met de vrijheid die de Geest ons schenkt ook wel goed. En dan realiseren we ons waarom het in die oorlogsjaren zo fout kon gaan en nog steeds fout kan gaan als we dit niet doen.

 

Jan Hendriks.

Gerelateerd